Poëtica

Pablo Neruda schreef in 1935 in het Madrileense tijdschrift Caballo verde para la poesía een stuk getiteld ‘Over een poëzie zonder zuiverheid’. Annemarie verwijst voor een hint naar haar poëtica graag naar dit citaat:

“Zo moet de poëzie die wij zoeken eruitzien: aangevreten als door een zuur door wat een mens om handen heeft, doortrokken van zweet en rook, riekend naar urine en lelie, besmeurd door al die beroepen die binnen of buiten het kader van de wet worden uitgeoefend. Een onzuivere poëzie, als een kostuum, als een lichaam, met vlekken van voedsel en beschamende handelingen, met rimpels, waarnemingen, dromen, waken, profetieën, verklaringen van liefde en haat, beesten, schokken, idylles, politieke overtuigingen, ontkenningen, twijfels, bevestigingen, belastingen. De sacrale wet van het madrigaal en de decreten van tastzin, reuk, smaak, gezicht, gehoor, het verlangen naar rechtvaardigheid, het seksuele verlangen, het geruis van de oceaan, zonder ook maar iets opzettelijk uit te schakelen, zonder ook maar iets opzettelijk te aanvaarden, de intrede in de diepte der dingen met een daad van onbesuisde liefde.”

Maar dit is niet het hele verhaal. In 1999 bracht Annemarie een zomer door in Santiago de Compostela, waar zij als junioronderzoeker deelnam aan de International School for Theory in the Humanities en zij zodoende aan werkgroepen deelnam van Frederick Turner (‘Beauty’), William Paulson (‘On Bruno Latour’s We Have Never Been Modern‘), Marina Abramovic (‘Body Drama’), Giuseppe Mazzotta (‘On Dante’) en Wolfgang Iser (‘Reader Response Criticism’). Met Frederick Turner raakte zij bevriend, en zodoende bleef zij zijn publicaties over biopoëtica volgen. Zijn werk is van grote invloed op de manier waarop Estor tegen creativiteit en cultuur aankijkt. Lees hier het essay ‘An Evolutionary/Chaotic Theory of Beauty and Meaning’ van Frederick Turner.